Sturen op resultaat, koersen op effect

Overheden hebben vaak langdurige relaties met not-for-profit instellingen die zij financieren. Terwijl de omgeving, de overheid en ook de instellingen zelf veranderen is de relatie veelal nauwelijks veranderd. Instellingen krijgen al jarenlang op dezelfde wijze subsidie of opdrachten. Steeds vaker stellen bestuurders en ambtenaren zich dan ook de vraag:
Doen ze de goede dingen, doen ze de dingen goed en hoe sturen we hierop?

De uitvoerende instellingen, de opdrachtnemers, hebben vaak moeite om deze vragen te beantwoorden. Dat komt deels omdat ze informatie niet hebben, maar ook omdat de behoefte en opdracht veelal niet duidelijk is. Het ontbreekt dan aan duidelijke afspraken en een heldere rolverdeling. Het gaat al jaren zo, maar het wederzijdse ongenoegen neemt toe en het lukt maar niet om de relatie te verbeteren. Vaak ontstaan er vervolgens misverstanden en conflicten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Fricties tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers komen vaak voort uit een hybride sturing. Dan stuurt een opdrachtgever zowel op de bedrijfsvoering van de opdrachtnemer als op de resultaten en de effecten. Het gevolg daarvan is dat de sturing juist verslechtert. Het is namelijk onduidelijk waar nu echt op gestuurd wordt. Bovendien zijn de verschillende eisen vaak strijdig met elkaar. Met als gevolg dat de regeldruk bij beide partijen toeneemt.

Dat vraagt om betere afspraken en duidelijkere sturing. Daarvoor gebruik ik het model: Sturen op resultaat, koersen op effect. In dit artikel leg ik de theorie hierachter uit.

De beleidscyclus

Idealiter begint iedere door een overheid gefinancierde activiteit met (beleids)plannen. Daarin wordt beschreven welke maatschappelijke effecten men wil behalen. Koersen op effect. Het is de eerste stap in de beleidscyclus.

Daarna volgt de uitvoering; het doen. De uitvoering wordt vervolgens geëvalueerd en waar nodig worden de plannen bijgesteld. Bij deze wijze van sturen worden harde afspraken gemaakt over concrete en afrekenbare producten (goederen en diensten). Oftewel sturen op resultaat.

Het logic model

Voor het verduidelijken van de rolverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer gebruiken we het ‘logic model’. Het model gaat uit van een logische volgorde van oorzaak en gevolg. De inzet van middelen (menskracht, machines, grondstoffen, et cetera) wordt gebruikt om activiteiten uit te voeren. Die activiteiten leveren producten (goederen en diensten) op. Als die diensten geleverd worden aan consumenten of organisaties heeft dat een direct effect. Mensen kopen een kaartje voor een expositie en zien wat een kunstenaar gemaakt heeft. Dat bezoek heeft vervolgens een maatschappelijk effect. Bijvoorbeeld dat de waardering voor hedendaagse kunst stijgt. Of er worden schuldhulpverlenings gesprekken gevoerd waardoor er gezinnen uit de schulden raken.

Beleidsontwikkeling

Beleidsontwikkelingvolgt het bovengenoemde proces in omgekeerde richting. Beleid begint bij het vooraf bedenken van de maatschappelijke effecten die men wil bereiken. Vervolgens wordt er bedacht welke producten (goederen of diensten) daarvoor kunnen zorgen en kan een organisatie een voorstel doen. Vervolgens gaat de opdrachtnemer de plannen uitwerken in operationele plannen en dient hiervoor een subsidieverzoek in. De volgende stap is dan dat de subsidieverstrekker de subsidie toekent. Daarna starten de activiteiten en de realisatie van het beleid.

sturen op resultaat koersen op effect model2 sturen op resultaat koersen op effect model2

Rolverdeling

Als we het logicmodel en de beleidsontwikkeling boven elkaar plaatsen ontstaat er overzicht in de rolverdeling tussen opdrachtnemer en de opdrachtgever. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor het opstellen van het beleid dat de kaders biedt voor het aanbod van de opdrachtnemer. De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de realisatie van de producten. Samen maken de opdrachtgever en opdrachtnemer afspraken over de te leveren producten. Op die resultaten wordt door de opdrachtgever gestuurd en afgerekend. Daarnaast koerst de opdrachtgever op een vooraf bepaald gewenst maatschappelijk effect. De behaalde effecten worden gezamenlijk besproken door de opdrachtgever met de opdrachtnemer. Waar nodig stelt men de plannen bij (zie hiervoor, de beleidscyclus). Dit noemen we koersen op effect.